De vraag bleef bij mij toch hangen: welke muziek werd er in Jan Steens tijd (en die Frans Hals, Adriaen van Ostade, Judith Leyster en Jan Meinse Molenaer gespeeld?
Ik heb er wat over gevonden in een artikel in tijdschrift De zeventiende eeuw, jaargang 14 (1998), van uitgeverij Verloren in Hilversum (uitgeverij geheel gespecialiseerd in uitgaven over historische onderwerpen).
Vanaf blz. 257 wordt ingegaan op muziek en schilderkunst.
Er wordt ingegaan op de bevinding dat in de Gouden Eeuw de beeldende kunst een enorme ontwikkeling doormaakt, eveneens de literatuur en het theater (toneelstukken). De muziek gaat door een diep dal, wordt hier vastgesteld. "Met Jan Pietersz Sweelinck ging in 1621 de laatste grote polyfonist uit deze traditie heen. De invoering van het calvinisme in de Republiek, waardoor het kerkelijk muziekmecenaat kwam te vervallen, en de geringe muzikale belangstelling van het stadhouderlijke hof maakten een voortzetting van de bloei onmogelijk."(blz. 257).
Er waren wel componisten als Cornelis Schuyt, Cornelis Tymensz Padbrué (vanaf 1631), gevolgd door Cornelis de Leeuw (vanaf 1639), Joan Albert Ban (1642), Anthony Pannekoeck (1646) en Joannes Dusart (1653) Bredero. Zij hebben toneelwerken van Vondel, Hooft, Huygens en Tesselschade voorzien van muziek. Er werden teksten gesproken, er werd gezongen en er waren wellicht muzikale intermezzo's (entre'actes, muzikale vulling om het wisselen van de decors wat op te leuken. Dit gebeurde vooral door zangkoren).
Verder verscheen Bredero's Groot Liedboec en bleken op de teksten van Hooft liedjes te zijn gemaakt die eenvoudig te zingen waren.
Ik begrijp dat deze theaters er waren voor de gegoede burgerij en de adel. De muziekjes hieruit zouden heel goed ook voor de anderen bereikbaar zijn doordat violisten de liedjes in de kroegen enz. speelden. Misschien een beetje banale vergelijking, maar wij spelen toch ook liedjes en melodietjes uit musicals en Disney-films?
Een eind verder (daartussen veel wetenschappelijke bespiegelingen van het soort waar we hier op het forum niet blij van worden) gaat het over de vraag of de door de schilder afgebeelde muziekensembles realistisch zijn of meer fantasie van de schilder. Een schilder die toch vooral uit was op een aantrekkelijk plaatje met muziekinstrumenten die er wel leuk uit zien bij elkaar. De muzikale realiteit volgens de schilder dus en daar worden wij dan door misleid.
Instrumentencombinaties van gelijke instrumenten, zoals gamba-, luit- of blokfluitkwartetten zelden of nooit zijn afgebeeld, hoewel uit andere bronnen duidelijk is dat dit favoriete combinaties geweest zijn (muzikaal gezien).
Maar de meeste afgebeelde combinaties maken wel de indruk dat men hierin samen musiceerde.
De vraag welke muziek past bij de schilderijen waar muziek een rol heeft, is opgepakt door kunsthandel Hoogsteder in 1994. In een tentoonstelling van schilderijen uit de Gouden Eeuw, zouden muziek en schilderkunst samen moeten vallen. "Dat zou het geval kunnen zijn wanneer men zich de muziek die op schilderijen te 'horen'is, zo proberen voor te stellen. Het beeld en de muziek zouden dezelfde atmosfeer moeten ademen".(zoals geschreven in een catalogus van kunstwerken die Hoogsteder uitgaf).
De Jan Steen tentoonstelling in het Rijksmuseum (in 1996) bood die gelegenheid. Enkele tientallen schilderijen met muziekvoorstellingen kregen een bijbehorend stukje muziek, gebruikmakend van dezelfde instrumenten en combinaties als te zien waren op de schilderijen. De Camerata Trajectina vertolkte liedjes en instrumentale stukken, die gegeven plaats, tijdstip en sociaal-culturele context in Jan Steens teferelen hadden kunnen klinken.
Het is verbluffend hoe goed dit simpele idee werd opgepakt. De atmosfeer van het schilderij werd door de muziek onderstreept en nader ingevuld.
Van de muziek bij de Jan Steen tentoonstelling in het Rijksmuseum is een CD uitgekomen.
http://www.camerata-trajectina.nl/?page=0015#cd-steen