Fritz Kreisler, een begenadigd violist die nog niet zo lang geleden leefde.
Geboren in 1875 en gestorven in 1962. Al van heel jongs af aan is hij vertrouwd geraakt met vioolmuziek en het strijkensemble van zijn vader. Het schijnt dat dat een gezelschap van amateurmusici was en ze waren ook nog artsen. Sigmund Freud is daar ook weleens komen spelen.
De hele kleine Fritz hoorde het en toonde op een eerste echte kinderviool een groot talent te zijn.
Zó groot dat hij heel lang, ook op het conservatorium waar hij heel jong op kwam, niet het nut van oefenen heeft kunnen inzien. Het kwam hem aangevlogen. Het belang van oefenen daagde pas met de jaren.
Over het leven van Fritz Kreisler kun je verder ook lezen op diverse sites. En eigenlijk is het ook wel 'een eitje' om informatie over de violen te vinden waar Fritz op speelde.
Hij begon op een sigarenkist met veters als snaren. De volgende stap was een speelgoedviool. Zo'n lor uit het type Bart Smit speelgoedwinkels. De kleine Fritz liet daarop horen waar hij toe in staat was (perfect spelen van het Oostenrijkse volkslied bijvoorbeeld), zodat het instrumentje spoorslags werd ingeruild voor een echt viooltje.
Bovendien ging zijn vader hem lesgeven.
Op zijn achtste kreeg hij een halve viool van Matthias Thir (een Weense bouwer uit de 18e eeuw). Dit instrument kreeg hij via het conservatorium.
Op zijn tiende kreeg hij een 3/4 Amati, omdat hij de Oostenrijkse staatsprijs had gewonnen.
Hij ging in Parijs studeren bij docenten als Bruckner, Massenet, Delibes, Dont en Hellmesberger.
Op zijn twaalfde won hij vervolgens de eerste prijs van Paris Conservatoire en kreeg toen de beschikking over een in 1708 gebouwde viool van Stradivarius; de 'Davidov', om daarop te kunnen spelen tijdens de prijsuitreikings ceremonie. Deze Davidov Strad is nog te zien in het Musée de la Musique in Parijs.
Ook kreeg hij een Gand-Bernadel viool om daar verder op te spelen, dit allemaal dus vanwege het winnen van die eerste prijs in Parijs! Twaalf jaar oud nog maar, en zijn ca. 40 concurrenten waren een stuk ouder.
Weer terug in Wenen kreeg Fritz van zijn vader een mooie Giovanni Grancino-viool, welke zijn favoriete viool werd voor de komende acht jaren.
Toen sprak hij toevallig een oude vriend, een architect, die vertelde dat hij een oude en beschadigde viool had liggen die Fritz wel mocht hebben. Eenmaal in bezit van die viool, werd hij getroffen door de toon van de viool en realiseerde hij zich dat het een Nicolò Gagliano was. Het instrument groeide uit tot zijn meest geliefde instrument.
Voor zijn debuut in Wenen met het Philharmonisch Orkest onder directie van Hans Richter (1898), kreeg Fritz een 'Baillot' Strad uit 1732 te leen voor zijn uitvoering van het vioolconcert in g mineur van Max Bruch.
Vermoedelijk was die Baillot Stradivarius meer geschikt voor het uitvoeren van dit werk dan zijn gehavende pareltje van Nicoló Gagliano.
Tegen de eeuwwisseling, dus weer twee jaar later, had Fritz Kreisler zijn oog en vooral oor laten vallen op de in 1735 gebouwde 'Mary Portman'Guarderi'del Gesú

en kocht deze voor 10,000 dollar bij handelaar George Hart.
Wat een gigabedrag, zeker in die tijd! Twee jaar later hoorde Fritz van de "Hart'Guarneri 'del Gesú' die verkocht was aan verzamelaar John Adam. Kreisler verzocht verzamelaar Adam om hem die viool te laten overkopen. Hij wist hoe mooi die viool klonk. Verzamelaar Adam ging accoord en liet Kreisler het aankoopbedrag betalen (heel netjes, geen winst erop willen boeken!).
Fritz was de hemel te rijk met zijn Hart-viool, waarop het dus heel aannemelijk was dat hij op deze zijn eerste vijf opnames speelde in Berlijn. Zijn premiere met het concert van Elgar in 1910 heeft hij er zeker op gespeeld (bron: website Tarisio). Mogelijk zijn ook de daaropvolgende opnames in New York en Londen tussen 1910 en 1916 op deze 'Hart'viool uitgevoerd.
Daar zijn misschien wel (krakend klinkende) uitvoeringen van te vinden op YT.
In 1917 heeft hij de 'Hart' viool verkocht. Wat hij met die 'Mary Portman' Guarneri del Gesú deed al die tijd?
Intussentijd (in 1908) had Kreisler de in 1726 gebouwde 'Greville' Stradivarius van Ernest Kempton Adams in New York gekocht.
Na een jaar was Fritz er alweer op uitgekeken en werd het weer van de hand gedaan. Fritz kocht de in 1732 gebouwde Guarneri 'del Gesú welke was bespeeld door een destijds beroemde Hongaar Tivadar Nachéz. Dit instrument had Kreisler in bezit tot 1921.
Of het allemaal nog niet genoeg is: Kreisler kocht ook de in 1733 gebouwde Stradivari van Alfred Hill. Dit instrument is nu bekend als de 'Huberman Kreisler'. (en nu ik hem wil laten zien, vindt Tarisio dat ik maar eens moet inloggen). Misschien dat je hier wijzer van wordt:
Die Huberman werd weer een favoriet instrument van Kreisler en is te horen op opnames uit 1926-1927 van concerten in Berlijn met Leo Blech in werken van Brahms, Beethoven en Mendelssohn. Ook te horen in 1928 met sonates met Rachmaninoff.
Volgens een brief van de familie Hill uit 1949 had de Huberman geen Stradivari 'head' (help even, wat bedoelen ze hier?) toen Kreisler het kocht, maar Hill paste dat bouwtechnisch even aan. Hill heeft het instrument teruggekocht en weer verkocht aan Bronislaw Huberman.
In 1926 kreeg Kreisler de beschikking over de in 1730 gebouwde Guarneri del Gesú, welke de naam van Fritz Kreisler kreeg en is heden ten dage de viool die het meest met Kreisler geassocieerd is. Het instrument was van Jean-Andoche Junot, één van Napoleons generaals die de titel Graaf van Abrantes droeg.
Het schip waarop Junot voer, was overmeesterd door Britse piraten tijdens de oorlogen die Napoleun voer. De viool werd voor twee pond door de opvarende scheepslieden verkocht aan een vicaris en de viool werd weer doorverkocht aan verzamelaar William Thompson die zijn initialen in de hals brandde. Na diverse keren doorverkopen, kwam het in handen van Fritz Kreisler. Volgens de vader van handelaar Alfred Hill is deze viool van een zeldzame kwaliteit (eerste klasse dus!).
In 1928 'viel' Kreisler weer voor een prachtig aanod van de familie Hill (handelaars): hij kocht van hen de in 1711 gebouwde 'Earl of Plymouth' Stradivari uit de gouden periode. Deze viool verkocht hij in 1945 door aan
Wurlitzer in New York.
In de jaren '30 van de vorige eeuw was het volgende 'liefje' (viool) een in 1733 gebouwde Strad. Het was ook deze Strad die zijn vrouw Harriet in 1941 in New York naar het ziekenhuis meenam om Frits daar een deel van het andante van het vioolconcert van Mendelssohn te laten spelen om te zien of hij nog zijn speelvaardigheid had behouden. Wat was er aan de hand: Kreisler was aangereden door een truck in een straat in NY.
Vrouw Harriet werd gerustgesteld: Fritz speelde het feilloos!
Vermoedelijk zijn de her-opnames van vioolconcerten van Brahms en Beethoven in 1935 en opnames van Mozart's K218 olv Sir Malcolm Sargent op deze Guarneri gespeeld.
In 1939 vroegen violisten of Kreisler ook op hun violen wilde spelen. Kreisler haalde prachtige tonen uit hun violen en dat was een hele openbaring voor de violisten.
Toen Kreisler geen concerten meer gaf, schonk hij deze Guarneri aan de Washington Library of Congress (in 1952).
Over de verschillen tussen de Stradivarius en de Guarnerius zei Kreisler: De meeste concertzalen zijn te groot voor de Stradivari, dus voor de kracht van de viool de zaal te vullen. De Guarnerius heeft meer kracht.
Toevoeging eind maart: Denk je dat je nu zo ongeveer alle violen van Kreisler hebt gevonden, duikt er nog een Bergonzi-vool op, de 'Kreisler, Perlman' viool, 1733 van vioolbouwerCarlo Bergonzi. Deze wordt thans bespeeld door Itzhak Perlman (althans, deze beroemde violist staat in het Cozio-archief te boek als eigenaar).