@Maurien:
Ik denk dat je met Bremel een Dremel bedoelt! Maar goed ik heb er een hele lijst van gemaakt, je vroeg er zelf om, daar gaat 'ie:
1) Het begint al direct in het begin. Geen enkele vioolbouwer gaat de contouren van de f-gaten op precies de potloodlijn met een mesje te lijf. Om toegang te krijgen met een figuurzaag moet er eerst een gat gemaakt worden. Dat gebeurt meestal in het grootste oog van een f-gat. Dan wordt er grofweg met een heel fijn figuurzaagje een strookje hout weggezaagd die voldoende ruimte biedt om later met een super scherp mes de f-gaten als het ware te ‘tekenen’, door precies de juiste hoeveelheden hout op de juiste plek weg te snijden. Daardoor kan de sierlijke lijn ongestoord overgaan in de juiste wendingen. F-gaten worden gemáákt tijdens het snijden met gevoel voor sierlijkheid en oog voor mooie vloeiende lijnen.
2) Op t=0:25 zien we werkzaamheden aan de krul, met een wel heel onbenullig stuk gereedschap wat op t=0:34 plaats maakt voor iets beters.
3) Op t= 0:50 begint het werk met de Dremel: bewerken van de hoekblokjes. Zoiets snij je met een scherpe guts! Moet je nagaan wanneer je net even iets te lang schuurt en je raakt de krans, die daar ter plekke nét even te dun wordt.
4) Op t:1:09 ziet men een pre-fab bovenblad, kan zo besteld worden bij de leverancier, zelfs China wil ze graag verkopen. Je kunt zelfs opgeven een Strad of Guarneri-model. De welving zit er al in. Het blad is “niet gevormd, maar voorgesneden” zoals de begeleidende stem zegt. Een beetje schuren hier, een beetje schrapen daar en ….klaar!
5) Ergens op t=3:00 worden de hoekblokken getoond. Het zijn met recht hoekblokken, want naar mijn mening zijn ze veel te groot. Aan de buitenkant is dat niet erg, maar binnenin worden ze dan te groot. Het gebruik van Titebond op de hoekblokken om aan de mal vast te lijmen kan op deze plek geen kwaad. Daarna worden de hoekblokken met de lintzaag in de grove vorm gezaagd (t=3:30) en vervolgens op t=3:40 met een of ander verticaal bewegende schuurrol in de gewenste vorm geschuurd! Daar krijg ik een raar gevoel bij: “its a great way to shape things down”. Meubelmakers gebruiken nog meer handgereedschap dan deze 'vioolbouwer'. Echt handwerk, ja, ja.
6) Op t=4:30 begint het op dikte maken van de kransdelen met een soort vandiktebank, maar dan met een schuurrol! Je slijpt het slijpsel heel mooi in de porieën op deze manier en dat zal het lakresultaat niet ten goede komen. Maar later zullen we zien dat het lakken in een spuitcabine plaatst vindt, dus steekt het allemaal niet zo nauw. Het enige wat telt is dat het snel droog moet zijn en glimmen als een spiegel.
7) Het vlak maken van de hoekblokken gebeurt met een vijl. Met een vijl kun je nooit volkomen vlak vijlen doordat de beweging die door de arm wordt uitgevoerd, altijd een deel van een boog beschrijft.
8) Dan volgt ergens op t=5:00 het lijmen van de lijmrandjes met Yellow of White glue. Dit is een soort lijm die demping geeft doordat het niet hard genoeg is als het is uitgehard c.q. opgedroogd.
9) Op t=6:00 worden de lijmrandjes met een stel knijpers vastgelijmd, maar in de praktijk wijst zich uit, dat deze veelal te weinig druk leveren om de lijmrandjes mooi aan te doen sluiten. Op deze manier zit er een zichtbare laag lijm tussen krans en lijmrand. En zoals bekend: een dikke lijmlaag is zwakker dan een dunne! (Verschil tussen cohesie en adhesie!)
10) Op t=6:33 weer die Dremel!
11) Op t=7:00: De ‘graduation’ gaat op 1/1000 inch nauwkeurig! Geweldig wat zal dat schelen!
Laat ik dan ook nog iets goeds zeggen: het inlegkanaal wordt tenminste wél handmatig met een stuk gereedschap aangelegd.
12) Zo rondom t=8 zie je het gebruik van een schraapstaal voor het aanbrengen van de dikteverdeling. Dat is prima, maar een blad laten steunen zo gewoon op een kleedje is vragen om problemen. Bij een net even iets te sterk aangelegde druk heb je kans op het doormidden breken van je blad of een ferme scheur. Moet dus gedaan worden met een goede ondersteuning over het gehele oppervlak. De ‘stem’ zegt zelf al dat het een beetje tricky is. Waarom laat je het dan zien zou ik dan zeggen!
13) Dan op t= 8:35 weer het snijden van de f-gaten zoals ik al eerder had opgemerkt. Op t=8:45 lijkt het alsof zelfs geprobeerd wordt het oog met een scalpelmesje uit te snijden, maar even later zie je en hoor je de stem zeggen, dat het een incisie is om te voorkomen dat er later stukjes gaan uitbreken en dat is prima!
Hoe die zangbalk werd pas gemaakt laat het filmpje niet zien, maar weer het gebruik van een vijl! Otto Möckel zegt daarover in zijn boek, dat ‘Raspelvirtuosen’ een scherpe beitel niet kunnen evenaren.
14) De lintzaag is bij deze man een onontbeerlijk stuk gereedschap geworden (zie vanaf t= (9:58). Naar mijn mening kun je die ook teveel gebruiken en dat gebeurt hier.
15) Op t=10:40 zien we dan weer het gebruik van vreemd gereedschap voor het maken van de krul. Ik vind de zaag wel erg groot op t=11:00 voor zo’n subtiel deel van de krul. Zou het eerder met een wat kleiner zaagje doen.
16) Op t=11:30 zie je dat er gestoken wordt met een rechte guts terwijl dat veel beter gaat met een gebogen exemplaar. Je ziet ook dat de bouwer zich in een aantal posities manoeuvreert om goed grip te krijgen op het werkstuk, wat maar ten dele lukt.
17) Op t=12:05 weer dat gekke stuk gereedschap voor het maken van een begin van het inlaten van de hals in het bovenblad. Levensgevaarlijke handelingen daar, als je uitschiet heb je je bovenblad verknoeid of je hebt een flinke jaap in je duim! Dat moet zo echt niet.
18) Dan moet het instrument natuurlijk ook nog worden gelakt (vanaf t=13). Dat doen ‘we’ tegenwoordig met een spirituslak die op het instrument wordt gespoten, want met een kwast opbrengen is te moeilijk. Bij spuiten moet je wel een sneldrogende lak nemen zoals deze Behlen’s spiritlak. Het val me nog mee dat er geen nitro-lak op wordt gespoten.
19) Op t=13:48 zien we dan een ‘finished product’, maar de hals is nog onbehandeld en ziet er naar mijn mening niet uit. Daardoor is de uitspraak op t=13:50 “it is what it is” zeer terecht. Meer is het ook niet.