Maximaal aantal mollen (of kruisen) in een muziekstuk

Oosterhof Vioolbouw

Frits Oosterhof
Beheerder
In een onlangs uitgewisselde e-mail kwam het onderwerp van ‘7 mollen’ ter sprake. Ik werd later aan het denken gezet en begon me af te vragen of dat wel mogelijk was. In gedachten ging ik de kwintencirkel bijlangs en begon ma af te vragen of ik ooit wel eens een stuk gespeeld had met zeven mollen (of kruisen). Ik denk dat ik met maximaal vijf er wel ben. Dus ik heb mijn naslagwerk van Theo Willemze er eens op nageslagen en daar zie ik dat toonladders met zes mollen enharmonisch gelijk zijn aan de toonladders met zes kruisen. Maar het gekke(?) is dat toonladders met vijf mollen enharmonisch gelijk zijn aan de toonladders met zeven kruisen.
Als je nou een stuk hebt met vijf mollen (staat dan in ges*) en je hoogt alles een halve toon op waar kom je dan op uit?
Voor een strijker (geen fretten!) maakt het qua spel niet uit, maar op een toetsinstrument is het andere koek. Het lijkt mij er een stuk gemakkelijker van te worden.

* dit is onjuist! Moet zijn Des. Zie ook #2
 
Laatst bewerkt:
Okee, Frits, ik probeer je te begrijpen.
Je hebt een stuk in Des-groot, dus 5 mollen. Klinkt op het toetsenbord als Cis-groot (7 #).

Bedoel je dat je dat stuk liever voorgeschoteld krijgt met 5 mollen dan met 7 # omdat je het makkelijker lezen vind? Klinkt voor de gelijkzwevende muzikant en luisteraar immers identiek.

En bedoel je met "alles een halve toon opschuiven" dat je de zwarte en open bolletjes laat staan, maar de notenbalk een tikkie naar beneden schuift? (Strepen trekken door het wit).

Mij lijkt dat voor welk type instrument dan ook allemaal om het even. Of je nou blaast, strijkt, zingt of toetsen beweegt. Je moet immers toch dezelfde tonen laten klinken.

Je hebt er ook die beweren dat toonsoorten een eigen karakter zouden hebben. Ik geloof daar geen biet van. Als het toch waar zou zijn, zou dat jouw voorkeur voor het minimaliseren van voortekens behoorlijk dwarszitten. Over dat vraagstuk van het karakter der toonaarden valt nog een heel aparte boom op te zetten.
 
Of toonaarden verschillende karakters hebben, een vraag die op twee manieren begrepen kan worden:
1. heeft een toonaard in zichzelf een bepaald karakter, en alles bv. een kleine secunde opschuiven verandert dat, hierover zijn nogal wat theorieën, en ik kan me voorstellen dat mensen met een absoluut gehoor inderdaad verschillen bemerken.
2. Klinken toonaarden op bepaalde instrumenten verschillend van elkaar: daar is nauwelijks discussie over mogelijk, of je op een cello in C mineur of A mineur speelt of Cis mineur maakt een enorm verschil. De verhouding tussen de toonhoogte en de eigen frequentie van het instrument is dan heel bepalend. Bij een piano zal het verschil veel minder hoorbaar zijn.
 
Terug
Naar boven